Ga naar de inhoud

Publicatie

Contactpersoon

Begrip voor Onbegrepen Gedrag

In de afgelopen jaren zijn in de media steeds meer signalen verschenen over (een toename van) verwarde personen. Ook het aantal meldingen dat bij de politie binnenkomt van ‘overlast door een verward persoon’ (E33-melding) is in de afgelopen jaren toegenomen. Het huidige zorgaanbod en de maatschappelijke voorzieningen lijken onvoldoende aan te sluiten bij de behoeften en wensen van personen die ‘onbegrepen gedrag’ vertonen. Hierdoor valt de groep steeds tussen wal en schip. Er is een discrepantie tussen de systeemwereld met haar regels en protocollen en de leefwereld van de cliënt.

Onderzoeks- en adviesbureau Breuer&Intraval heeft een begeleidend onderzoek uitgevoerd bij het project ‘Verbindende Hulpverlening als Joint Venture’. Dit is een project van Lentis in samenwerking met Verslavingszorg Noord-Nederland (VNN), ondersteund door de gemeente Groningen en gefinancierd door ZonMw. In dit project is gezocht naar manieren om ernstig beschadigde en sociaal geïsoleerde mensen weer aan de samenleving te verbinden. Daarbij is geprobeerd zo goed mogelijk aan te sluiten bij de leefwereld van personen die onbegrepen gedrag vertonen.

Onderzoeksvraag

De centrale vraag van het project luidt: Hoe krijgen verwarde en vaak ernstig beschadigde en sociaal geïsoleerde personen ‘iets te verliezen’ en is dat voor hen voldoende om zich aan te passen?

De term ‘verward’ persoon suggereert dat dit een objectief vast te stellen feit is, dit is echter niet het geval. Er is vaak sprake van complexe problematiek op verschillende levensgebieden. Het gedrag wordt, ook door hulpverleners, vaak als moeilijk hanteerbaar ervaren. Daarom wordt vaak gesproken over ‘onbegrepen gedrag’. In het project is vanuit het primaire hulpverleningsproces gezocht naar werkzame bestanddelen om deelnemers ‘iets te verliezen’ (of ‘te winnen’) te geven, waarmee ze verleid worden weer ‘mee te doen’ in de samenleving en de verbinding met anderen aan te gaan.

Methode

Bij het onderzoek ‘Begrip voor onbegrepen gedrag’ is gebruikgemaakt van een combinatie van onderzoekmethoden: de Realistic Evaluation benadering en actieonderzoek. Met behulp van de Realistic Evaluation is inzichtelijk gemaakt welke veronderstellingen ten grondslag liggen aan het project. Hiervoor hebben we een literatuurstudie uitgevoerd en zijn personen geïnterviewd die betrokken zijn bij het opzetten van het project. Daarnaast is er bij de start van het project een interventielogica opgesteld, gevolgd door een procesevaluatie. 

Tijdens het project zijn gedurende meerdere jaren tien personen gevolgd die leven in een cyclisch crisispatroon en ‘onbegrepen gedrag’ vertonen. Er is bij deze personen sprake van complexe en meervoudige problematiek op verschillende leefgebieden. In deze periode hebben we in kaart gebracht hoe het met de deelnemers gaat. Daarnaast hebben we gekeken hoe zij zich ontwikkelen op verschillende leefgebieden. Ook hebben we onderzocht welke acties de hulpverleners hebben ingezet om hen weer deel te laten nemen aan de maatschappij. Hiervoor hebben we regelmatig gesprekken gevoerd met de deelnemers, kwantitatieve vragenlijsten afgenomen, gesprekken gevoerd met de hulpverleners en registratiegegevens verzameld.

Analyse

Voor de analyse is gebruikgemaakt van de n=1-methode. De N=1‑analysemethode is een onderzoeksopzet waarbij één individu herhaald en systematisch wordt gemeten om veranderingen over tijd inzichtelijk te maken. De methode wordt vooral gebruikt in de zorg, psychologie, gedragstherapie en in praktijkgericht onderzoek. In ons praktijkonderzoek hebben wij de leefsituatie van de deelnemer op meerdere momenten voor, tijdens en na een interventie gemeten. Door deze herhaalde metingen hebben we zichtbaar gemaakt wat het effect van interventies op die persoon is geweest. Door toepassing van de methode hebben we gedragingen herhaald kunnen meten en patronen of schommelingen geanalyseerd. Voor de analyse is gebruik gemaakt van visuele weergave van de resultaten (grafieken), waarbij gebruik is gemaakt van statistische methoden om significante effecten vast te kunnen stellen.

Begrip voor onbegrepen gedrag – belangrijkste resultaten

Het project heeft meerwaarde gehad voor zowel de deelnemers als de hulpverleners.

Gerealiseerde meerwaarde voor deelnemers

Het onderzoek laat zien dat werken met een interdisciplinair kernteam, waarin hulpverleners van verschillende organisaties zonder belemmering van regels en protocollen samenwerken, leidt tot snellere en creatievere oplossingen voor deelnemers die onbegrepen gedrag vertonen. Door interdisciplinaire intervisie ontstaan meer mogelijkheden op maat, bijvoorbeeld op het gebied van huisvesting en dagbesteding. Daarnaast geven minder beperkingen in budgetten meer vrijheid en tijd. Er ontstaat ruimte voor creatieve en acute ondersteuning en oplossingen. Zo kan betere aansluiting gevonden worden bij de individuele behoeften van deelnemers.

Gerealiseerde meerwaarde voor hulpverleners

Tijdens het project zijn er meer mogelijkheden voor intervisie tussen hulpverleners van verschillende organisaties. Voor hulpverleners is het prettig dat ze de knelpunten waar zij tegenaan lopen bij de dagelijkse ondersteuning van hun cliënten interdisciplinair kunnen bespreken. Ook kunnen ze ervaringen over onbegrepen gedrag uitwisselen. Bovendien biedt het de mogelijkheid om vanuit de gezamenlijke expertise naar oplossingen voor knelpunten te zoeken. Het is daarbij mogelijk om over cliënten te spreken met hulpverleners van andere organisaties. In de praktijk ervaren de hulpverleners dit echter als lastig, omdat zij hiervoor steeds opnieuw toestemming aan de cliënt dienen te vragen.

Discrepantie beoogde en ervaren meerwaarde

Tijdens het project hebben de hulpverleners de mogelijkheid gekregen om (meer) aan te sluiten bij de leefwereld van de deelnemers. Voor een deel is dit de hulpverleners gelukt. De systeemwereld blijkt echter vaak op de achtergrond toch nog een rol te spelen, zowel in de praktijk als in de beleving van de hulpverleners. Om aan te sluiten bij de behoeften van de deelnemer zijn voorzieningen nodig die hierop aansluiten. Deze voorzieningen zijn echter niet altijd (direct) beschikbaar en kunnen vaak ook niet (op korte termijn) gerealiseerd worden.

Impact door samenspel

Breuer&Intraval, RBO en Partoer. Drie bedrijven die al tientallen jaren op eigen wijze in de markt staan. Elk in een deel van de markt waar ze het verschil maken met hun kennis en expertise. Toch besloten we een paar jaar geleden samen verder te gaan en daar plukken onze klanten de vruchten van.