In Nederland bepalen zowel de nationale overheid als de gemeente samen of coffeeshops zijn toegestaan. De rijksoverheid stelt de landelijke kaders vast via het gedoogbeleid, maar gemeenten hebben de vrijheid om binnen die kaders hun eigen coffeeshopbeleid te voeren. Dat betekent dat de ene gemeente coffeeshops actief toestaat, terwijl de andere gemeente er bewust voor kiest er geen te hebben. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over hoe dat coffeeshopbeleid precies werkt.
Hoe is het coffeeshopbeleid in Nederland geregeld?
Het coffeeshopbeleid in Nederland is gebaseerd op een landelijk gedoogkader dat is vastgelegd in de Opiumwet en de bijbehorende Aanwijzing Opiumwet van het Openbaar Ministerie. Softdrugs zoals cannabis zijn formeel verboden, maar de verkoop ervan via coffeeshops wordt onder strikte voorwaarden gedoogd. De nationale overheid bepaalt de basisregels; gemeenten mogen daar lokaal invulling aan geven.
De landelijke gedoogcriteria voor coffeeshops zijn gebundeld in de zogenoemde AHOJG-criteria:
- A — geen Affichering (geen reclame maken)
- H — geen Harddrugs verkopen of aanwezig hebben
- O — geen Overlast veroorzaken
- J — geen toegang voor Jongeren onder de 18 jaar
- G — geen Grote hoeveelheden (maximaal 5 gram per transactie en maximaal 500 gram handelsvoorraad)
Coffeeshops die zich niet aan deze criteria houden, kunnen worden gesloten. De handhaving ligt in handen van de burgemeester en de politie, in nauwe samenwerking met het Openbaar Ministerie.
Welke rol speelt de burgemeester bij coffeeshopbeleid?
De burgemeester heeft een centrale rol in het lokale coffeeshopbeleid. Op basis van de Gemeentewet en de Wet openbare manifestaties beschikt de burgemeester over de bevoegdheid om coffeeshops te vergunnen, te reguleren en zo nodig te sluiten. In de praktijk is de burgemeester daarmee de belangrijkste beslisser op lokaal niveau als het gaat om coffeeshops.
Concreet betekent dit dat de burgemeester bepaalt hoeveel coffeeshops er in een gemeente mogen zijn, welke locaties zijn toegestaan en welke aanvullende lokale regels gelden. Denk aan sluitingstijden, afstandscriteria ten opzichte van scholen of een maximaal aantal bezoekers. Ook de handhaving valt onder zijn of haar verantwoordelijkheid: bij overtredingen van de gedoogcriteria kan de burgemeester een coffeeshop tijdelijk of permanent sluiten.
Gemeenten die coffeeshopbeleid willen ontwikkelen of evalueren, laten daarvoor regelmatig onafhankelijk onderzoek uitvoeren. Zo kunnen beleidsmakers de burgemeester voorzien van betrouwbare informatie over de effecten van het bestaande beleid of de gevolgen van mogelijke beleidswijzigingen.
Wat is de nuloptie en welke gemeenten mogen die toepassen?
De nuloptie is de mogelijkheid voor gemeenten om te besluiten dat er helemaal geen coffeeshops worden toegestaan op hun grondgebied. Elke gemeente in Nederland mag in principe voor de nuloptie kiezen. Er is geen verplichting om coffeeshops te gedogen, ook al voldoen aanvragers aan alle landelijke criteria.
In de praktijk maken veel kleinere gemeenten gebruik van de nuloptie. Zij kiezen er bewust voor om geen coffeeshops te hebben, vaak vanwege zorgen over overlast, de nabijheid van scholen of de bestuurlijke capaciteit om toezicht te houden. Grotere steden zoals Amsterdam, Rotterdam en Utrecht hebben juist een uitgebreid lokaal beleid ontwikkeld waarbinnen meerdere coffeeshops actief zijn.
De nuloptie is een lokale beleidskeuze die door de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders wordt gemaakt. Die keuze hoeft niet te worden gemotiveerd aan de nationale overheid, maar wordt in de praktijk vaak wel onderbouwd met lokale overwegingen rondom leefbaarheid en openbare orde.
Heeft de gemeenteraad inspraak in het coffeeshopbeleid?
Ja, de gemeenteraad heeft zeker inspraak in het coffeeshopbeleid, maar de formele uitvoeringsbevoegdheid ligt bij de burgemeester. De gemeenteraad stelt de kaders en het beleid vast, terwijl de burgemeester verantwoordelijk is voor de uitvoering en handhaving daarvan.
In de praktijk verloopt de besluitvorming over coffeeshopbeleid doorgaans als volgt:
- De gemeenteraad stelt een lokale nota coffeeshopbeleid of een integraal veiligheidsplan vast, waarin de keuzes over het aantal coffeeshops, locaties en aanvullende regels zijn opgenomen.
- Het college van burgemeester en wethouders werkt dit beleid uit in concrete regelgeving en vergunningscriteria.
- De burgemeester voert het beleid uit en handhaaft de gedoogcriteria.
- Bij wijzigingen in het beleid, bijvoorbeeld als gevolg van nieuwe wet- en regelgeving of politieke ontwikkelingen, keert het onderwerp terug naar de gemeenteraad.
Politieke vragen vanuit de gemeenteraad zijn dan ook een veelvoorkomende aanleiding voor gemeentelijk onderzoek naar de effecten van het huidige coffeeshopbeleid.
Wat verandert er door het experiment met gereguleerde wietteelt?
Het experiment met gereguleerde wietteelt, ook wel het wietexperiment of de gesloten coffeeshopketen genoemd, introduceert een belangrijk nieuw element: legale productie van cannabis voor de levering aan coffeeshops. Voorheen was de verkoop via coffeeshops gedoogd, maar de inkoop via de achterdeur bleef illegaal. Het experiment probeert die tegenstrijdigheid op te lossen.
In 2026 loopt dit experiment in een beperkt aantal deelnemende gemeenten. Coffeeshops in die gemeenten zijn verplicht hun cannabis uitsluitend af te nemen van door de overheid gecertificeerde telers. De doelstellingen van het experiment zijn onder meer het terugdringen van criminaliteit rondom de productie en handel in cannabis, het verbeteren van de kwaliteit en veiligheid van het product en het verzamelen van kennis over de effecten van een gereguleerde keten.
Voor gemeenten die deelnemen aan het experiment verandert er dus het nodige in de uitvoering van het lokale coffeeshopbeleid. Zij moeten hun vergunningssystematiek aanpassen, toezicht houden op de naleving van de nieuwe inkoopregels en de effecten van het experiment monitoren. Beleidsmakers die hiermee aan de slag gaan, hebben behoefte aan actuele kennis en onafhankelijke expertise op het gebied van veiligheid en leefbaarheid om goed onderbouwde keuzes te kunnen maken.
Hoe Breuer & Intraval helpt met coffeeshopbeleid
Breuer & Intraval ondersteunt gemeenten en overheidsorganisaties bij vraagstukken rondom coffeeshopbeleid en coffeeshoponderzoek. Of het nu gaat om het evalueren van bestaand beleid, het in kaart brengen van overlast, het analyseren van de effecten van de nuloptie of het monitoren van de gesloten coffeeshopketen: het bureau biedt onafhankelijk onderzoek dat beleidsmakers concrete handvatten geeft.
Wat Breuer & Intraval biedt:
- Evaluatieonderzoek naar de effecten van lokaal coffeeshopbeleid
- Monitoringsonderzoek voor gemeenten die deelnemen aan het wietexperiment
- Kwalitatief en kwantitatief onderzoek naar overlast, leefbaarheid en openbare orde rondom coffeeshops
- Beleidsadvies op basis van vergelijkend onderzoek met andere gemeenten
- Ondersteuning bij het onderbouwen van politieke keuzes richting de gemeenteraad
Met meer dan 30 jaar ervaring in het veiligheids- en leefbaarheidsdomein kent Breuer & Intraval de complexiteit van dit onderwerp als geen ander. Wil je weten hoe het bureau jouw gemeente kan ondersteunen bij coffeeshoponderzoek of beleidsontwikkeling? Neem dan vrijblijvend contact op.

