Ga naar de inhoud

Wat mogen coffeeshops wel en niet verkopen?

Kees Damhof ·
Glazen pot met gedroogde cannabisbloemen op een houten toonbank in een Nederlands coffeeshop, warm amberkleurig licht.

Coffeeshops mogen in Nederland uitsluitend softdrugs verkopen, en dan alleen binnen strikte wettelijke grenzen. De verkoop van cannabis is gedoogd, maar dat betekent niet dat alles zomaar is toegestaan. Welke producten precies verkocht mogen worden, hoeveel per keer, en aan wie: dat is allemaal vastgelegd in landelijke gedoogcriteria en aanvullend gemeentelijk beleid. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over wat coffeeshops wel en niet mogen verkopen.

Welke producten zijn coffeeshops wettelijk toegestaan te verkopen?

Coffeeshops mogen uitsluitend softdrugs verkopen, specifiek cannabis in de vorm van wiet, hasj en kant-en-klare joints. De verkoop is gedoogd op basis van de Opiumwet, maar alleen wanneer de coffeeshop voldoet aan de landelijke gedoogcriteria. Harddrugs, alcohol en andere middelen vallen hier uitdrukkelijk buiten.

De hoeveelheid die een coffeeshop per transactie mag verkopen, is beperkt tot maximaal vijf gram per persoon per dag. Daarnaast mag de totale handelsvoorraad in de coffeeshop niet meer dan vijfhonderd gram bedragen. Dit zijn harde grenzen die landelijk gelden en niet door gemeenten versoepeld kunnen worden.

Het is belangrijk te begrijpen dat de gedoogstatus niet hetzelfde is als legalisering. De verkoop van cannabis blijft formeel strafbaar, maar wordt onder bepaalde voorwaarden niet vervolgd. Die voorwaarden zijn vastgelegd in de zogenoemde AHOJG-criteria.

Wat zijn de AHOJG-criteria en hoe bepalen ze het aanbod?

De AHOJG-criteria zijn de vijf landelijke gedoogcriteria waaraan een coffeeshop moet voldoen om niet strafrechtelijk te worden vervolgd. Ze bepalen direct wat een coffeeshop wel en niet mag aanbieden en aan wie. Elke coffeeshop in Nederland is aan deze criteria gebonden, ongeacht de gemeente waar hij gevestigd is.

De vijf criteria staan voor het volgende:

  • A staat voor geen Affichering: coffeeshops mogen niet openlijk reclame maken voor drugs.
  • H staat voor geen Harddrugs: de verkoop van harddrugs is verboden, ook als bijproduct of aanvulling.
  • O staat voor geen Overlast: de coffeeshop mag geen overlast veroorzaken voor de omgeving.
  • J staat voor geen Jongeren: toegang en verkoop aan personen onder de achttien jaar is verboden.
  • G staat voor geen grote Hoeveelheden: per transactie maximaal vijf gram, met een handelsvoorraad van maximaal vijfhonderd gram.

Gemeenten gebruiken deze criteria als basis voor hun eigen coffeeshopbeleid en kunnen daar aanvullende eisen aan toevoegen. Zo kan een gemeente bijvoorbeeld strengere afstandscriteria hanteren ten opzichte van scholen of aanvullende sluitingstijden opleggen. De AHOJG-criteria vormen daarmee de landelijke vloer, niet het plafond.

Mogen coffeeshops ook eten, drinken of CBD-producten verkopen?

Coffeeshops mogen in principe ook niet-alcoholische consumpties aanbieden, zoals frisdrank, koffie en eenvoudige snacks. Alcoholische dranken zijn uitdrukkelijk verboden, zowel vanuit de gedoogcriteria als vanuit de Drank- en Horecawet. CBD-producten bevinden zich in een grijs gebied dat per gemeente en product verschilt.

Voor frisdrank en eenvoudig eten gelden geen specifieke verboden, mits de coffeeshop beschikt over de juiste vergunningen voor horeca-activiteiten. Sommige gemeenten stellen hier aanvullende voorwaarden aan of beperken het horeca-aanbod in hun lokale verordening.

CBD-producten, zoals CBD-olie of CBD-thee, bevatten geen of nauwelijks THC en vallen daarmee juridisch gezien niet onder de Opiumwet. Toch is de verkoop ervan in een coffeeshop niet altijd zonder risico, omdat de context van de verkooplocatie een rol kan spelen bij de beoordeling door handhavers. Gemeenten en coffeeshophouders doen er verstandig aan dit per geval te toetsen aan het lokale beleid.

Welke regels gelden er per gemeente voor het coffeeshopbeleid?

Gemeenten hebben aanzienlijke beleidsvrijheid als het gaat om coffeeshops, bovenop de landelijke AHOJG-criteria. Ze mogen aanvullende regels stellen over het aantal coffeeshops, de locaties, openingstijden, afstanden tot scholen en andere gevoelige bestemmingen, en het al dan niet toestaan van coffeeshops op hun grondgebied.

Niet elke gemeente heeft coffeeshops. Sommige gemeenten voeren een nulbeleid, wat betekent dat ze geen coffeeshops toestaan. Andere gemeenten hanteren een maximumstelsel, waarbij een vast aantal vergunningen wordt uitgegeven. De gemeente Amsterdam heeft bijvoorbeeld een eigen uitgebreid stelsel van regels dat verder gaat dan de landelijke minimumnormen.

Gemeenten die actief coffeeshopbeleid voeren, laten dit regelmatig evalueren. Zo ontstaat inzicht in de effecten op de openbare orde, leefbaarheid en drugsgebruik in de omgeving. Voorbeelden van dit soort onderzoeken laten zien hoe gemeenten op basis van data hun beleid bijsturen en verantwoorden richting gemeenteraad en inwoners.

Gemeenten die overwegen hun coffeeshopbeleid te herzien of te evalueren, doorlopen doorgaans de volgende stappen:

  1. Inventarisatie van de huidige situatie: hoeveel coffeeshops zijn er, waar zijn ze gevestigd en welke klachten of signalen zijn er?
  2. Analyse van effecten op openbare orde en leefbaarheid in de omgeving.
  3. Vergelijking met beleid in vergelijkbare gemeenten.
  4. Raadpleging van betrokken partijen zoals politie, bewoners en ondernemers.
  5. Formulering van nieuw of aangescherpt beleid op basis van de onderzoeksresultaten.

Wat gebeurt er als een coffeeshop de verkoopregels overtreedt?

Als een coffeeshop de gedoogcriteria overtreedt, kan de gemeente de gedoogvergunning intrekken of de coffeeshop tijdelijk of permanent sluiten. Afhankelijk van de ernst van de overtreding kan ook strafrechtelijk worden opgetreden door het Openbaar Ministerie. De handhaving ligt primair bij de gemeente, in samenwerking met politie en de Belastingdienst.

Veelvoorkomende overtredingen zijn de verkoop aan minderjarigen, het overschrijden van de maximale verkoophoeveelheid, het in voorraad hebben van harddrugs of het veroorzaken van ernstige overlast. Bij een eerste overtreding volgt vaak een waarschuwing of een tijdelijke sluiting. Bij herhaling of ernstige overtredingen kan de vergunning definitief worden ingetrokken.

Gemeenten hanteren hiervoor doorgaans een sanctiebeleid dat is vastgelegd in een lokale verordening of beleidsregel. De aanpak per gemeente verschilt, maar de basisprincipes zijn overal gelijk: gedogen is geen vrijbrief, en overtredingen worden consequent gesanctioneerd.

Hoe Breuer & Intraval helpt met coffeeshopbeleid

Gemeenten die hun coffeeshopbeleid willen onderbouwen, evalueren of herzien, hebben behoefte aan betrouwbare data en onafhankelijke analyse. Breuer & Intraval voert al meer dan dertig jaar coffeeshoponderzoek uit voor gemeenten door heel Nederland. Het bureau combineert diepgaande kennis van het domein met praktijkervaring en een bewezen onderzoeksaanpak.

Wat Breuer & Intraval voor gemeenten kan betekenen op dit thema:

  • Evaluatie van bestaand coffeeshopbeleid op effectiviteit en naleving van de gedoogcriteria.
  • Monitoring van de effecten van coffeeshops op openbare orde en leefbaarheid in de omgeving.
  • Vergelijkend onderzoek naar hoe andere gemeenten vergelijkbare vraagstukken aanpakken.
  • Ondersteuning bij beleidsvorming, inclusief vertaling van onderzoeksresultaten naar concrete beleidsadviezen.
  • Specialistisch advies bij de invoering van nieuw beleid, zoals het experiment gesloten coffeeshopketen.

Wil je weten wat Breuer & Intraval voor jouw gemeente kan betekenen op het gebied van coffeeshopbeleid? Neem dan contact op voor een vrijblijvend gesprek.

Gerelateerde artikelen

Impact door samenspel

Breuer&Intraval, RBO en Partoer. Drie bedrijven die al tientallen jaren op eigen wijze in de markt staan. Elk in een deel van de markt waar ze het verschil maken met hun kennis en expertise. Toch besloten we een paar jaar geleden samen verder te gaan en daar plukken onze klanten de vruchten van.