Ga naar de inhoud

Waarom hebben sommige gemeenten geen coffeeshops?

Kees Damhof ·
Verlaten winkelgevel met dichte gordijnen op een stil Nederlands stadsplein, gemeentelijk wapenbord op bakstenen muur, herfstbladeren op kinderkopjes.

Sommige gemeenten in Nederland hebben geen coffeeshops omdat zij bewust gebruikmaken van de zogenoemde nuloptie: een juridische mogelijkheid waarmee gemeenten zelf bepalen dat er geen coffeeshops op hun grondgebied worden toegestaan. Dit is geen uitzondering, maar een bewuste beleidskeuze die in veel gemeenten voorkomt. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over gemeenten zonder coffeeshops en de achtergrond van dat beleid.

Welke gemeenten in Nederland hebben geen coffeeshops?

De meerderheid van de Nederlandse gemeenten heeft geen coffeeshops. Van de ruim 340 gemeenten die Nederland telt, zijn er slechts enkele tientallen waar daadwerkelijk een of meerdere coffeeshops actief zijn. De meeste gemeenten hebben nooit een coffeeshop toegestaan of hebben het aantal teruggebracht naar nul. Coffeeshops zijn vooral geconcentreerd in grote steden zoals Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht.

In middelgrote en kleinere gemeenten ontbreekt een coffeeshop vaak volledig. Dit geldt zowel voor gemeenten in landelijke gebieden als voor forenzengemeenten rondom grote steden. Het gaat niet om een vergeten beleidskeuze, maar om een actieve beslissing die is vastgelegd in het lokale coffeeshopbeleid.

Wat is de nuloptie en hoe werkt die juridisch?

De nuloptie is de juridische mogelijkheid voor gemeenten om het maximumaantal toegestane coffeeshops op nul te stellen. Dit betekent dat er binnen de gemeentegrenzen geen enkele coffeeshop een gedoogvergunning krijgt. De nuloptie is verankerd in de lokale driehoek van gemeente, politie en Openbaar Ministerie en wordt vastgelegd in het gemeentelijk coffeeshopbeleid.

Juridisch gezien werkt de nuloptie via het gedoogbeleid. Softdrugs blijven formeel illegaal op grond van de Opiumwet, maar de overheid gedoogt de verkoop onder strikte voorwaarden via het AHOJG-criterium. Gemeenten hebben de bevoegdheid om zelf te bepalen hoe zij met dat gedoogbeleid omgaan. Door het maximum op nul te zetten, kunnen zij voorkomen dat coffeeshops zich vestigen, zonder dat zij daarvoor een wetswijziging nodig hebben.

De nuloptie is door de Hoge Raad als rechtmatig erkend. Gemeenten hoeven hun keuze voor de nuloptie niet uitgebreid te motiveren, maar in de praktijk leggen de meeste gemeenten hun overwegingen wel vast in beleidsdocumenten.

Waarom kiezen gemeenten bewust voor geen coffeeshops?

Gemeenten kiezen voor de nuloptie om uiteenlopende redenen. Soms spelen politieke en religieuze overwegingen een rol, soms zijn het praktische argumenten rondom openbare orde en leefbaarheid. De meest voorkomende redenen zijn:

  • Openbare orde en overlast: Gemeenten vrezen voor parkeeroverlast, drugstoerisme of een toestroom van bezoekers die de leefbaarheid onder druk zet.
  • Politieke en maatschappelijke weerstand: In veel gemeenten is er weinig draagvlak bij inwoners of in de gemeenteraad voor een coffeeshop.
  • Nabijheid van scholen of zorginstellingen: Gemeenten hanteren afstandscriteria en concluderen soms dat er simpelweg geen geschikte locatie beschikbaar is.
  • Religieuze of culturele identiteit: Sommige gemeenten hebben een uitgesproken levensbeschouwelijke achtergrond die meespeelt in de politieke besluitvorming.
  • Beperkte handhavingscapaciteit: Kleinere gemeenten beschikken soms niet over voldoende capaciteit om toezicht en handhaving rondom een coffeeshop goed te organiseren.

Goed coffeeshopbeleid begint bij inzicht in de lokale situatie. Welke risico’s zijn er? Wat zijn de verwachtingen van inwoners? Wat doen omliggende gemeenten? Die vragen spelen allemaal mee in de keuze om wel of geen coffeeshop toe te staan.

Wat zijn de gevolgen van geen coffeeshop in een gemeente?

Het ontbreken van een coffeeshop in een gemeente heeft zowel beoogde als onbedoelde gevolgen. Het meest directe effect is dat inwoners die cannabis willen kopen, uitwijken naar een naburige gemeente. Dit kan leiden tot verplaatsing van overlast in plaats van vermindering ervan.

Andere gevolgen zijn:

  1. Waterbedeffect: Vraag verdwijnt niet, maar verschuift naar andere gemeenten of naar illegale straathandel.
  2. Toename illegale verkoop: Zonder een legaal aanbod kan de vraag naar cannabis worden opgevangen door illegale dealers, wat nieuwe veiligheidsrisico’s met zich meebrengt.
  3. Minder grip op kwaliteitscontrole: Gemeenten met coffeeshops kunnen via handhaving invloed uitoefenen op de kwaliteit en veiligheid van het aanbod. Zonder coffeeshop ontbreekt dat sturingsmechanisme.
  4. Politieke druk vanuit de regio: Omliggende gemeenten die wel coffeeshops hebben, kunnen druk ervaren als gevolg van het uitwijkgedrag van bezoekers uit gemeenten zonder coffeeshop.

Of de nuloptie per saldo de juiste keuze is, hangt sterk af van de lokale context. Vergelijkbaar onderzoek in andere gemeenten kan helpen om de effecten beter in te schatten.

Kan een gemeente alsnog een coffeeshop toestaan?

Ja, een gemeente kan de nuloptie op elk moment herzien. Er is geen wettelijke belemmering die gemeenten dwingt de nuloptie te handhaven. Een gemeente die besluit alsnog coffeeshops toe te staan, past haar lokale coffeeshopbeleid aan en stelt een nieuw maximum in. Daarna kunnen ondernemers een aanvraag indienen voor een gedoogverklaring.

In de praktijk is zo’n beleidswijziging een politiek gevoelig proces. Gemeenteraden moeten instemmen, er is vaak publieke consultatie en de driehoek van burgemeester, politie en Openbaar Ministerie moet het nieuwe beleid onderschrijven. Bovendien brengt de invoering van een coffeeshop praktische vraagstukken met zich mee: waar komt de coffeeshop, hoe wordt toezicht georganiseerd en hoe wordt overlast voorkomen?

Sommige gemeenten kiezen bewust voor een gefaseerde aanpak: eerst onderzoek laten uitvoeren naar de lokale situatie, daarna een politiek debat voeren en pas vervolgens een definitieve beslissing nemen. Dat is een verstandige werkwijze, zeker in gemeenten waar het thema gevoelig ligt. Meer weten over onze aanpak bij dit soort vraagstukken? Die is altijd afgestemd op de specifieke context van de gemeente.

Hoe Breuer & Intraval helpt bij coffeeshopbeleid

Gemeenten die nadenken over hun coffeeshopbeleid, staan voor complexe afwegingen. Is de nuloptie nog houdbaar? Wat zijn de effecten van het huidige beleid? Hoe doen omliggende gemeenten het? Dit zijn precies de vragen waar Breuer & Intraval bij helpt.

Als onafhankelijk onderzoeks- en adviesbureau met meer dan 30 jaar ervaring voert Breuer & Intraval coffeeshoponderzoek uit voor gemeenten door het hele land. Dat kan gaan om:

  • Evaluaties van bestaand coffeeshopbeleid
  • Onderzoek naar de effecten van de nuloptie op openbare orde en leefbaarheid
  • Vergelijkend onderzoek naar hoe andere gemeenten vergelijkbare vraagstukken aanpakken
  • Advies bij beleidswijzigingen, zoals het heroverwegen van de nuloptie
  • Monitoringsonderzoek om de effecten van beleid over tijd te volgen

De onderzoeksresultaten worden altijd vertaald naar concrete inzichten die beleidsmakers direct kunnen gebruiken. Zo wordt onderzoek geen doel op zich, maar een praktisch instrument voor betere besluitvorming. Wil je weten wat Breuer & Intraval voor jouw gemeente kan betekenen? Neem dan contact op voor een vrijblijvend gesprek.

Gerelateerde artikelen

Impact door samenspel

Breuer&Intraval, RBO en Partoer. Drie bedrijven die al tientallen jaren op eigen wijze in de markt staan. Elk in een deel van de markt waar ze het verschil maken met hun kennis en expertise. Toch besloten we een paar jaar geleden samen verder te gaan en daar plukken onze klanten de vruchten van.