Ga naar de inhoud

Waarom hebben sommige gemeenten geen coffeeshops?

Sommige gemeenten hebben geen coffeeshops omdat zij binnen het Nederlandse gedoogbeleid zelf keuzes mogen maken over vestiging, spreiding en lokale risico’s. Gemeenten wegen daarbij vooral openbare orde en veiligheid, leefbaarheid, handhaafbaarheid en de schaal van de gemeente mee.

Dat betekent niet automatisch dat een gemeente cannabisgebruik goedkeurt of afwijst, maar wel dat zij bepaalt of verkoop via coffeeshops past bij de lokale situatie. Juist daarom verschilt het gemeentelijk coffeeshopbeleid sterk per plaats. Hieronder lees je hoe coffeeshopbeleid in Nederland werkt, wat de gevolgen kunnen zijn van een gemeente zonder coffeeshops en hoe beleid later kan veranderen.

Waarom kiezen sommige gemeenten ervoor om geen coffeeshops toe te staan?

Gemeenten kiezen soms voor geen coffeeshops omdat zij verwachten dat vestiging meer druk legt op openbare orde en veiligheid, toezicht en leefbaarheid dan bij hun lokale situatie past. Vooral kleinere gemeenten, grensgemeenten of gemeenten met specifieke overlastvraagstukken maken binnen het gemeentelijk coffeeshopbeleid vaak bewust die keuze.

In Nederland is coffeeshopbeleid geen volledig landelijk uniform systeem. Het landelijke kader bepaalt de hoofdlijnen van het gedoogbeleid, maar gemeenten hebben ruimte om lokaal invulling te geven aan hun vestigingsbeleid voor coffeeshops. Daardoor kan de ene gemeente meerdere coffeeshops toestaan, terwijl een andere gemeente kiest voor nul vestigingen.

Die keuze hangt meestal samen met een combinatie van factoren:

  • de omvang en dichtheid van de gemeente
  • verwachte bezoekersstromen uit omliggende plaatsen
  • risico op overlast in woongebieden of binnensteden
  • beschikbare capaciteit voor toezicht en handhaving
  • politieke en bestuurlijke afwegingen
  • bestaande problemen rond drugscriminaliteit of ondermijning

Een gemeente kan ook redeneren dat nabijgelegen steden al in de regionale vraag voorzien. In dat geval ziet zij lokaal geen noodzaak om coffeeshops toe te staan. Andersom kan een gemeente juist vinden dat gereguleerde verkoop beter te sturen is dan een situatie zonder verkooppunten. Het punt is dus niet dat er één juiste keuze bestaat, maar dat lokaal maatwerk centraal staat binnen het coffeeshopbeleid in Nederland.

Hoe werkt het coffeeshopbeleid van gemeenten in Nederland?

Het coffeeshopbeleid van gemeenten in Nederland werkt via een combinatie van landelijk gedoogbeleid en lokale regels. Het Rijk bepaalt het juridische kader, terwijl gemeenten beslissen óf coffeeshops worden toegestaan, hoeveel er mogen komen, waar zij zich mogen vestigen en onder welke voorwaarden zij mogen exploiteren.

Dat lokale deel heet vaak gemeentelijk coffeeshopbeleid of vestigingsbeleid voor coffeeshops. Gemeenten leggen daarin bijvoorbeeld vast hoeveel coffeeshops zijn toegestaan, welke afstandseisen gelden en hoe toezicht plaatsvindt. Ook kunnen zij voorwaarden opnemen over openingstijden, locatiekeuze en maatregelen tegen overlast.

In de praktijk bestaat beleid vaak uit deze bouwstenen:

  • een maximumaantal coffeeshops
  • regels over vestigingslocaties
  • criteria voor vergunningen of exploitatie
  • afspraken over toezicht, handhaving en evaluatie
  • maatregelen rond leefbaarheid en veiligheid in de omgeving

Daarnaast is het goed om onderscheid te maken tussen beleid en praktijk. Een gemeente kan formeel coffeeshops toestaan, maar door strenge locatie-eisen of beperkte vergunningruimte toch geen coffeeshop hebben. Omgekeerd kan een gemeente bestaand beleid herzien als de lokale situatie verandert.

De landelijke context verandert ook. Zo loopt sinds 7 april 2025 de experimenteerfase van het Experiment gesloten coffeeshopketen. Uit de eerste vervolgmeting over de periode tot en met het eerste kwartaal van 2026, uitgevoerd door Breuer&Intraval, RAND Europe en het Trimbos-instituut in opdracht van het WODC, komt naar voren dat de gesloten keten operationeel functioneert, maar in deze fase nog duidelijk in opbouw was. Zulke ontwikkelingen kunnen voor gemeenten relevant zijn wanneer zij hun eigen beleid opnieuw beoordelen.

Wat zijn de gevolgen als een gemeente geen coffeeshops heeft?

Als een gemeente geen coffeeshops heeft, betekent dat vooral dat inwoners voor legale gedoogde verkoop moeten uitwijken naar andere gemeenten of naar informele kanalen. Dat kan gevolgen hebben voor bereikbaarheid, toezicht, handhaving en het zicht dat een gemeente heeft op cannabisverkoop en mogelijke overlast.

Een gemeente zonder coffeeshops voorkomt niet automatisch dat er vraag naar cannabis bestaat. De vraag verschuift dan vaak. Inwoners reizen bijvoorbeeld naar een buurgemeente, of zoeken andere aankoopkanalen. Dat maakt de beleidsafweging complex, want geen coffeeshops in een gemeente betekent niet per definitie minder gebruik of minder veiligheidsvraagstukken.

Belangrijke mogelijke gevolgen zijn:

  • verplaatsing van kopers naar omliggende gemeenten
  • minder lokaal zicht op koopgedrag en verkooppatronen
  • mogelijke toename van informele of illegale verkoopkanalen
  • minder directe overlast rond een verkooppunt, maar niet per se minder overlast in bredere zin

Bij die laatste punten is nuance belangrijk. Uit de eerste vervolgmeting van het onderzoek naar het Experiment gesloten coffeeshopketen, uitgevoerd in opdracht van het WODC, blijkt bijvoorbeeld dat de illegale cannabismarkt naast coffeeshops bleef bestaan. Respondenten noemden daar onder meer prijs, prijs-kwaliteitverhouding en grotere hoeveelheden als redenen om buiten coffeeshops te kopen. Dat betekent niet dat gemeenten zonder coffeeshops automatisch meer illegale handel hebben, maar wel dat beleid rekening moet houden met verplaatsingseffecten en alternatieve markten.

Ook politieregistraties vragen om zorgvuldige interpretatie. Volgens dezelfde rapportage lagen registraties rond alcohol- en drugsoverlast in de onderzochte gemeenten hoger dan gemiddeld in andere Nederlandse gemeenten, maar de onderzoekers koppelen dat mede aan de centrumfunctie van die steden. Zulke cijfers zeggen dus niet simpelweg dat coffeeshops zelf de oorzaak zijn.

Kunnen gemeenten hun coffeeshopbeleid later aanpassen?

Ja, gemeenten kunnen hun coffeeshopbeleid later aanpassen als de lokale omstandigheden, politieke prioriteiten of landelijke ontwikkelingen daarom vragen. Gemeentelijk coffeeshopbeleid is geen statisch document, maar een bestuurlijk instrument dat periodiek kan worden herzien op basis van evaluatie, nieuwe risico’s of veranderde beleidsdoelen.

Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer een gemeente te maken krijgt met nieuwe vormen van overlast, veranderende regionale vraag, juridische ontwikkelingen of vragen vanuit raad en bestuur. Ook ervaringen met handhaving kunnen aanleiding zijn om het beleid aan te scherpen of juist te verruimen.

Een beleidswijziging kan verschillende vormen aannemen:

  1. een gemeente blijft bij nul coffeeshops
  2. een gemeente staat onder voorwaarden één of meer coffeeshops toe
  3. een gemeente verlaagt het maximumaantal vestigingen
  4. een gemeente past locatie- of afstandsregels aan
  5. een gemeente scherpt toezicht en evaluatie aan

Goede aanpassing vraagt wel om een stevige onderbouwing. Zeker bij gevoelige thema’s als openbare orde en veiligheid is het belangrijk om niet alleen naar politieke voorkeuren te kijken, maar ook naar feitelijke ontwikkelingen, regionale effecten en uitvoerbaarheid. Daarom laten gemeenten beleid vaak vooraf onderzoeken of achteraf evalueren.

Hoe kan onafhankelijk onderzoek helpen bij keuzes over coffeeshopbeleid?

Onafhankelijk onderzoek helpt bij keuzes over coffeeshopbeleid doordat het feiten, patronen en lokale effecten zichtbaar maakt die anders onduidelijk blijven. Voor gemeenten is dat belangrijk om beleid te onderbouwen, risico’s rond openbare orde en veiligheid beter te wegen en keuzes over vestigingsbeleid voor coffeeshops verdedigbaar te maken.

Bij dit onderwerp lopen aannames en werkelijkheid namelijk niet altijd gelijk. Een gemeente kan verwachten dat een coffeeshop overlast veroorzaakt, terwijl onderzoek laat zien dat de locatie, bezoekersstromen, openingstijden en handhaving minstens zo bepalend zijn. Andersom kan een nulbeleid logisch lijken, maar in de praktijk leiden tot verplaatsing naar omliggende gemeenten of minder zicht op informele verkoop.

Onafhankelijk onderzoek kan onder meer inzicht geven in:

  • de lokale vraag en regionale functie van een gemeente
  • de effecten van bestaande coffeeshops op de omgeving
  • ervaren overlast van bewoners en ondernemers
  • handhaafbaarheid van regels en vergunningvoorwaarden
  • mogelijke verplaatsing naar illegale of informele kanalen
  • vergelijking met beleid in andere gemeenten

Juist bij een gevoelig dossier als coffeeshopbeleid in Nederland helpt een onafhankelijke analyse om discussie te verplaatsen van aannames naar onderbouwde keuzes. Dat is relevant voor nieuwe beleidsvorming, maar ook voor evaluaties van bestaand beleid.

Hoe helpt Breuer & Intraval met coffeeshopbeleid?

Gemeenten die keuzes moeten maken over coffeeshopbeleid hebben behoefte aan betrouwbare informatie, een scherpe analyse en praktische handelingsopties. Breuer&Intraval ondersteunt al meer dan dertig jaar overheden met onderzoek en advies op dit soort complexe beleidsvragen.

  • onderzoek naar het aantal coffeeshops, spreiding en lokale beleidsvarianten
  • evaluatie van bestaand gemeentelijk coffeeshopbeleid en de effecten op de omgeving
  • analyse van openbare orde, veiligheid, leefbaarheid en handhaafbaarheid
  • monitoring van ontwikkelingen in coffeeshopbeleid in Nederland sinds 1999
  • praktijkgericht onderzoek, inclusief veldwerk en gesprekken met betrokkenen
  • advies en procesbegeleiding bij herziening van vestigingsbeleid voor coffeeshops

Wil je beleid herzien, een nulbeleid opnieuw afwegen of de effecten van bestaande coffeeshops beter in beeld brengen, bekijk dan meer over de werkwijze en expertise op de pagina over ons en verken welke onderzoeksaanpak past bij jouw gemeente of organisatie.

Impact door samenspel

Breuer&Intraval, RBO en Partoer. Drie bedrijven die al tientallen jaren op eigen wijze in de markt staan. Elk in een deel van de markt waar ze het verschil maken met hun kennis en expertise. Toch besloten we een paar jaar geleden samen verder te gaan en daar plukken onze klanten de vruchten van.