Ga naar de inhoud

Wat zijn de criteria voor het verlenen van een coffeeshopvergunning?

Kees Damhof ·
Versleten houten gemeentebalie met officieel vergunningsdocument en cannabisblad onder glazen presse-papier in warm natuurlijk licht.

Om een coffeeshop te mogen exploiteren, moet een ondernemer voldoen aan de landelijke AHOJGI-criteria én aan de lokale vergunningseisen die de gemeente stelt. Coffeeshops opereren in Nederland in een gedoogconstructie: de verkoop van cannabis is formeel strafbaar, maar wordt onder strikte voorwaarden niet vervolgd. Welke regels precies gelden, hoe gemeenten die invullen en wanneer een vergunning kan worden ingetrokken, lees je hieronder.

Welke voorwaarden gelden er landelijk voor coffeeshops?

Landelijk gelden de zogenoemde AHOJGI-criteria als minimumvoorwaarden voor coffeeshops. Deze criteria bepalen dat een coffeeshop geen affichering mag voeren, geen harddrugs mag verkopen, geen overlast mag veroorzaken, niet aan jongeren onder de 18 jaar mag verkopen, geen grote hoeveelheden per transactie mag afleveren en niet binnen een bepaalde afstand van scholen mag zijn gevestigd. Elke coffeeshop in Nederland moet aan deze basisnormen voldoen.

De AHOJGI-criteria zijn afkomstig uit het Opiumwetbeleid en worden landelijk gehanteerd als de ondergrens voor gedoogbeleid. In de praktijk betekent dit:

  • A voor geen affichering: geen reclame zichtbaar van buiten
  • H voor geen harddrugs: verkoop of aanwezigheid van harddrugs is niet toegestaan
  • O voor geen overlast: de coffeeshop mag geen hinder veroorzaken voor de omgeving
  • J voor geen jongeren: toegang en verkoop alleen aan personen van 18 jaar en ouder
  • G voor geen grote hoeveelheden: maximaal 5 gram per transactie
  • I voor geen toegang voor niet-ingezetenen (in gemeenten die dit criterium hanteren)

Het ingezetenencriterium (de I) is niet in alle gemeenten actief beleid, maar staat gemeenten vrij om het toe te passen. In grensregio’s wordt dit criterium vaker ingezet om drugstoerisme te beperken.

Mogen gemeenten zelf aanvullende eisen stellen aan een coffeeshopvergunning?

Ja, gemeenten hebben aanzienlijke beleidsvrijheid als het gaat om coffeeshopbeleid. Naast de landelijke AHOJGI-criteria mogen zij aanvullende lokale eisen stellen, zolang die niet in strijd zijn met hogere wetgeving. Gemeenten kunnen bijvoorbeeld een maximumaantal coffeeshops vaststellen, afstandscriteria ten opzichte van scholen of woonwijken verscherpen, openingstijden beperken of aanvullende eisen stellen aan de bedrijfsvoering.

In de praktijk verschilt het coffeeshopbeleid per gemeente sterk. Een grote stad als Amsterdam hanteert andere regels dan een middelgrote gemeente in een grensregio. Gemeenten leggen hun lokale beleid doorgaans vast in een coffeeshopnota of een paracommercieel beleidsdocument. Daarin staan ook de specifieke criteria waaraan een aanvrager moet voldoen, zoals eisen aan de ondernemer zelf, de locatie en de bedrijfsvoering.

Doordat gemeenten zoveel ruimte hebben om beleid te vormen, is het voor beleidsmakers zinvol om te onderzoeken hoe andere gemeenten vergelijkbare vraagstukken aanpakken. Dat biedt houvast bij het opstellen of herzien van lokaal beleid.

Wat is het verschil tussen een exploitatievergunning en een gedoogverklaring voor een coffeeshop?

Een exploitatievergunning en een gedoogverklaring zijn twee afzonderlijke documenten met een verschillende juridische basis. De exploitatievergunning is een bestuursrechtelijk instrument dat de gemeente verleent op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). De gedoogverklaring is geen vergunning in juridische zin, maar een toezegging van het Openbaar Ministerie dat de coffeeshop niet strafrechtelijk vervolgd wordt zolang aan de voorwaarden wordt voldaan.

In de meeste gemeenten heeft een coffeeshophouder beide documenten nodig om legaal te kunnen opereren:

  1. Exploitatievergunning: verleend door de burgemeester op grond van de APV. Hierin worden lokale eisen vastgelegd rondom openingstijden, veiligheid, hygiëne en bedrijfsvoering.
  2. Gedoogverklaring: verstrekt door het Openbaar Ministerie, soms in samenwerking met de gemeente. Deze verklaring bepaalt dat de coffeeshop niet strafrechtelijk wordt aangepakt, mits de AHOJGI-criteria worden nageleefd.

Het onderscheid is relevant voor beleidsmakers: een gemeente kan een exploitatievergunning weigeren of intrekken op bestuursrechtelijke gronden, terwijl het OM een gedoogverklaring kan intrekken op basis van strafrechtelijke overtredingen. Beide instrumenten kunnen los van elkaar worden ingezet.

Hoe toetst een gemeente of een aanvrager voldoet aan de vergunningscriteria?

Een gemeente toetst een aanvraag voor een coffeeshopvergunning doorgaans op meerdere niveaus: de persoon van de aanvrager, de locatie en de bedrijfsvoering. Een veelgebruikt instrument daarbij is de Wet Bibob, waarmee gemeenten de integriteit van de aanvrager kunnen onderzoeken. Via een Bibob-toets wordt nagegaan of er een risico bestaat dat de vergunning wordt misbruikt voor criminele activiteiten of witwassen.

Naast de Bibob-toets kijkt de gemeente naar:

  • De geschiktheid van de locatie (afstand tot scholen, woonwijken en andere coffeeshops)
  • De naleving van het maximumaantal coffeeshops dat de gemeente toestaat
  • Eerdere overtredingen van de aanvrager of het pand
  • De bedrijfsplannen en het beheer van de coffeeshop
  • Eventuele overlasthistorie op de locatie

In sommige gemeenten wordt de vergunningverlening ook ondersteund door onafhankelijk onderzoek, bijvoorbeeld naar de lokale situatie rondom overlast of de effecten van bestaand coffeeshopbeleid. Dat soort onderzoeksprojecten biedt beleidsmakers concrete onderbouwing bij vergunningsbeslissingen.

Wanneer kan een coffeeshopvergunning worden ingetrokken of geweigerd?

Een coffeeshopvergunning kan worden geweigerd of ingetrokken wanneer de aanvrager of houder niet (meer) voldoet aan de gestelde voorwaarden. De meest voorkomende gronden zijn overtreding van de AHOJGI-criteria, een negatieve Bibob-uitkomst, aanhoudende overlast of het niet naleven van de lokale APV-voorschriften. Ook als de gemeente besluit het maximumaantal coffeeshops te verlagen, kan een bestaande vergunning niet worden verlengd.

Intrekking is een zwaar instrument dat gemeenten niet lichtvaardig inzetten. Doorgaans volgt eerst een waarschuwing of tijdelijke sluiting voordat tot definitieve intrekking wordt overgegaan. Bij ernstige overtredingen, zoals de aanwezigheid van harddrugs of betrokkenheid bij georganiseerde criminaliteit, kan de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet direct ingrijpen en de zaak sluiten.

Voor beleidsmakers is het belangrijk om intrekkingsgronden helder te omschrijven in het lokale coffeeshopbeleid. Hoe duidelijker de criteria zijn vastgelegd, hoe eenvoudiger handhaving en juridische onderbouwing van beslissingen wordt. Een periodieke evaluatie van het beleid helpt daarbij. Meer over hoe zo’n evaluatie eruitziet, lees je op de pagina over de werkwijze van onafhankelijk onderzoek.

Hoe Breuer & Intraval helpt met coffeeshopbeleid

Coffeeshopbeleid raakt aan veel verschillende beleidsterreinen tegelijk: openbare orde, handhaving, volksgezondheid en ruimtelijke ordening. Gemeenten staan regelmatig voor de vraag of hun beleid nog aansluit bij de lokale situatie, of hoe zij hun vergunningscriteria beter kunnen onderbouwen. Breuer & Intraval ondersteunt gemeenten en overheden bij precies deze vraagstukken.

Concreet biedt Breuer & Intraval ondersteuning bij:

  • Evaluaties van bestaand coffeeshopbeleid en de effecten daarvan op overlast en leefbaarheid
  • Monitoringsonderzoek naar de naleving van vergunningsvoorwaarden
  • Vergelijkend onderzoek naar hoe andere gemeenten hun coffeeshopbeleid vormgeven
  • Beleidsadvies bij het opstellen of herzien van lokale coffeeshopnota’s
  • Ondersteuning bij Bibob-gerelateerde vraagstukken en integriteitsonderzoek

Met meer dan 30 jaar ervaring in coffeeshoponderzoek en een bewezen trackrecord bij gemeenten door het hele land, levert Breuer & Intraval betrouwbare inzichten die beleidsmakers helpen om goed onderbouwde beslissingen te nemen. Wil je weten wat Breuer & Intraval voor jouw gemeente kan betekenen? Neem dan contact op voor een vrijblijvend gesprek.

Gerelateerde artikelen

Impact door samenspel

Breuer&Intraval, RBO en Partoer. Drie bedrijven die al tientallen jaren op eigen wijze in de markt staan. Elk in een deel van de markt waar ze het verschil maken met hun kennis en expertise. Toch besloten we een paar jaar geleden samen verder te gaan en daar plukken onze klanten de vruchten van.