Ga naar de inhoud

Wat is het verschil tussen gedogen en legaliseren bij coffeeshops?

Kees Damhof ·
Verweerde houten hamer naast een cannabisblad op een bureau met officiële gemeentelijke beleidsdocumenten.

Gedogen en legaliseren zijn twee heel verschillende dingen, ook al lijken ze in de praktijk soms op elkaar. Bij gedogen staat cannabis technisch gezien nog steeds in de wet als verboden, maar treedt de overheid bewust niet op. Bij legalisering worden de productie, verkoop en het bezit wettelijk toegestaan en gereguleerd. Nederland kiest al decennialang voor gedogen, maar dat systeem kent steeds meer knelpunten.

Het verschil heeft grote gevolgen voor hoe gemeenten hun coffeeshopbeleid kunnen vormgeven, welke problemen blijven bestaan en wat er verandert als de wet wél wordt aangepast. De vragen hieronder geven een helder beeld van de huidige situatie en de richting die Nederland opgaat.

Hoe werkt het gedoogbeleid voor coffeeshops in de praktijk?

Het gedoogbeleid betekent dat de verkoop van cannabis in coffeeshops niet wordt vervolgd, zolang de coffeeshop zich aan een aantal vaste criteria houdt. Cannabis blijft formeel illegaal op grond van de Opiumwet, maar de overheid heeft afgesproken hier niet actief tegen op te treden als aan de gedoogcriteria wordt voldaan.

Die criteria staan bekend als de AHOJG-criteria:

  • A geen affichering, dus geen openlijke reclame
  • H geen harddrugs in de coffeeshop
  • O geen overlast veroorzaken
  • J geen verkoop aan jongeren onder de 18 jaar
  • G geen grote hoeveelheden per transactie, maximaal 5 gram per klant

Gemeenten mogen hier bovenop aanvullende regels stellen, zoals een ingezetenencriterium of beperkingen op de locatie van coffeeshops. Het systeem is daarmee niet uniform: wat in de ene gemeente mag, kan in de andere gemeente anders geregeld zijn. Dat maakt het coffeeshopbeleid een uitgesproken lokaal vraagstuk.

Wat zou legalisering van cannabis in Nederland concreet betekenen?

Legalisering zou betekenen dat cannabis niet langer verboden is onder de Opiumwet, maar wettelijk gereguleerd wordt. De productie, distributie en verkoop zouden dan plaatsvinden binnen een wettelijk kader, vergelijkbaar met hoe alcohol of tabak worden gereguleerd. Dat is een fundamenteel andere situatie dan het huidige gedoogbeleid.

In de praktijk zou legalisering onder meer het volgende veranderen:

  1. Telers en leveranciers kunnen legaal opereren en worden gecontroleerd door de overheid.
  2. Kwaliteitseisen aan cannabis kunnen wettelijk worden vastgelegd en gehandhaafd.
  3. Gemeenten krijgen meer duidelijke bevoegdheden om vergunningen te verlenen en in te trekken.
  4. De strafrechtelijke aansprakelijkheid voor bezit en gebruik vervalt binnen gestelde grenzen.
  5. Belastingheffing op de verkoop van cannabis wordt mogelijk en uitvoerbaar.

Legalisering lost ook een fundamenteel probleem op dat nu blijft bestaan: de achterdeur van coffeeshops. Maar dat vergt een bewuste politieke keuze die tot nu toe niet is gemaakt.

Waarom is de achterdeur van coffeeshops nog steeds een probleem?

De achterdeur van coffeeshops verwijst naar de aanvoer van cannabis aan coffeeshops. Die aanvoer is onder het huidige gedoogbeleid nog steeds illegaal, ook al is de verkoop aan de voorkant gedoogd. Dit zorgt voor een structurele tegenstrijdigheid: coffeeshops mogen verkopen, maar mogen de cannabis niet legaal inkopen.

Dit probleem bestaat al zo lang als het gedoogbeleid zelf en heeft verschillende gevolgen. Coffeeshops zijn afhankelijk van illegale leveranciers, waardoor ze kwetsbaar zijn voor criminele netwerken. De kwaliteit en veiligheid van de cannabis kan niet worden gegarandeerd. En gemeenten en politie staan voor de lastige taak om enerzijds de coffeeshop te gedogen en anderzijds de toeleveringsketen te bestrijden.

Zolang legalisering uitblijft, blijft de achterdeur een blinde vlek in het beleid. Het is precies dit spanningsveld dat veel gemeenten bezighoudt bij de verdere ontwikkeling van hun coffeeshoponderzoek en beleid.

Wat verandert er met het experiment gesloten coffeeshopketen?

Het experiment gesloten coffeeshopketen, ook wel het wietexperiment of de gereguleerde teelt genoemd, is een poging om de achterdeur te dichten. In een beperkt aantal gemeenten wordt getest of het mogelijk is cannabis legaal te telen en via een gecontroleerde keten te leveren aan coffeeshops. Het doel is te onderzoeken of gereguleerde teelt haalbaar is zonder de problemen die nu aan de illegale aanvoer kleven.

De deelnemende gemeenten werken samen met gecertificeerde telers die onder strikt toezicht staan. De cannabis die zij produceren, mag uitsluitend worden geleverd aan de deelnemende coffeeshops. Bezoekers merken aan de voorkant weinig verschil, maar achter de schermen verandert er fundamenteel iets: de toeleveringsketen is voor het eerst legaal en controleerbaar.

De uitkomsten van dit experiment zijn relevant voor het bredere politieke debat over legalisering. Als gereguleerde teelt aantoonbaar werkt, biedt dat gemeenten en de landelijke overheid concrete aanknopingspunten voor verdere beleidsontwikkeling. Eerdere onderzoeksprojecten op dit terrein laten zien hoe belangrijk onafhankelijke evaluatie daarbij is.

Welke rol spelen gemeenten in het coffeeshopbeleid?

Gemeenten spelen een centrale rol in het coffeeshopbeleid. Hoewel de landelijke wetgeving het kader bepaalt, hebben gemeenten veel vrijheid om het beleid lokaal in te vullen. Ze beslissen of ze coffeeshops toestaan, hoeveel er mogen zijn, waar ze zich mogen vestigen en welke aanvullende regels gelden.

Die lokale vrijheid maakt gemeenten tot de belangrijkste uitvoerders van het coffeeshopbeleid in de praktijk. Tegelijkertijd brengt dat verantwoordelijkheid met zich mee: gemeenten moeten hun keuzes kunnen onderbouwen, verantwoorden aan de gemeenteraad en inspelen op veranderende omstandigheden. Denk aan drugstoerisme, overlast in woonwijken of de gevolgen van het wietexperiment voor de lokale situatie.

Om die afwegingen goed te kunnen maken, is betrouwbare informatie nodig. Gemeenten laten daarom regelmatig coffeeshoponderzoek uitvoeren om inzicht te krijgen in de lokale situatie, het functioneren van coffeeshops en de effecten van beleidskeuzes. De aanpak van het onderzoek bepaalt daarbij in grote mate hoe bruikbaar de uitkomsten zijn voor beleidsontwikkeling.

Hoe Breuer & Intraval helpt met coffeeshopbeleid en onderzoek

Gemeenten en overheden die grip willen krijgen op hun coffeeshopbeleid, hebben behoefte aan meer dan cijfers alleen. Ze zoeken onafhankelijk onderzoek dat aansluit bij de lokale context, praktisch toepasbaar is en standhoudt bij politieke en maatschappelijke discussies. Breuer & Intraval ondersteunt gemeenten al meer dan 30 jaar bij precies dit soort vraagstukken.

Wat Breuer & Intraval biedt op het gebied van coffeeshopbeleid:

  • Onafhankelijk coffeeshoponderzoek afgestemd op de lokale situatie
  • Evaluaties van bestaand beleid en de effecten daarvan op veiligheid en leefbaarheid
  • Monitoring van coffeeshops en omgevingsfactoren zoals overlast en drugstoerisme
  • Ondersteuning bij beleidsadvisering op basis van onderzoeksresultaten
  • Expertise op aanverwante thema’s zoals ondermijning, openbare orde en sociale veiligheid

Of het nu gaat om een evaluatie van het huidige beleid, een nulmeting voor het wietexperiment of een verkenning van nieuwe beleidsopties: Breuer & Intraval levert de inzichten die gemeenten nodig hebben om weloverwogen keuzes te maken. Wil je weten wat onderzoek voor jouw gemeente kan betekenen? Neem dan contact op voor een vrijblijvend gesprek.

Gerelateerde artikelen

Impact door samenspel

Breuer&Intraval, RBO en Partoer. Drie bedrijven die al tientallen jaren op eigen wijze in de markt staan. Elk in een deel van de markt waar ze het verschil maken met hun kennis en expertise. Toch besloten we een paar jaar geleden samen verder te gaan en daar plukken onze klanten de vruchten van.