Coffeeshops mogen geen alcohol verkopen omdat dit wettelijk verboden is. Wie een coffeeshop exploiteert, beschikt over een gedoogvergunning voor de verkoop van softdrugs, maar heeft geen Drank- en Horecawetvergunning. Zonder die vergunning is alcoholverkoop simpelweg niet toegestaan. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over dit onderwerp en leggen we uit hoe het coffeeshopbeleid in de praktijk werkt.
Wat zegt de wet over alcohol in coffeeshops?
De wet verbiedt coffeeshops expliciet om alcohol te verkopen. Coffeeshops opereren op basis van een gedoogbeleid, wat betekent dat de verkoop van cannabis onder strikte voorwaarden wordt toegestaan, maar dat zij geen vergunning hebben op grond van de Drank- en Horecawet. Zonder die vergunning is het schenken of verkopen van alcoholhoudende dranken verboden.
Dit onderscheid is belangrijk. Een coffeeshop is geen horecagelegenheid in de klassieke zin. De gedoogstatus geeft toestemming voor één specifieke activiteit: de kleinschalige verkoop van cannabis aan particulieren. Alles wat buiten die gedoogde activiteit valt, valt terug op de reguliere wetgeving. En die reguliere wetgeving, de Drank- en Horecawet, staat alcoholverkoop zonder vergunning niet toe.
Waarom is de combinatie van alcohol en cannabis gevaarlijk?
De combinatie van alcohol en cannabis versterkt de effecten van beide middelen op een onvoorspelbare manier. Samen zorgen ze voor een sterkere beïnvloeding van het centrale zenuwstelsel dan elk middel afzonderlijk. Dit vergroot de kans op acute gezondheidsklachten, risicovol gedrag en ongelukken in het verkeer aanzienlijk.
Alcohol vertraagt de afbraak van THC, de werkzame stof in cannabis. Daardoor kan iemand die beide middelen combineert, veel sterker en sneller high worden dan verwacht. Dit maakt de combinatie onvoorspelbaar en gevaarlijk, zeker voor mensen die minder ervaring hebben met cannabis. Vanuit volksgezondheidsperspectief is dit een van de belangrijkste redenen waarom beleidsmakers er bewust voor kiezen om alcohol en cannabis strikt gescheiden te houden.
Wat zijn de AHOJG-criteria en hoe werken ze?
De AHOJG-criteria zijn de vijf landelijke gedoogvoorwaarden waaraan elke coffeeshop in Nederland moet voldoen om te mogen opereren. Ze vormen de kern van het coffeeshopbeleid in Nederland en zijn vastgelegd in de Aanwijzing Opiumwet van het Openbaar Ministerie.
De vijf criteria zijn:
- A voor geen Affichering: geen reclame maken voor drugs
- H voor geen Harddrugs: geen verkoop van harddrugs in of vanuit de coffeeshop
- O voor geen Overlast: de coffeeshop mag geen overlast veroorzaken voor de omgeving
- J voor geen Jongeren: geen toegang of verkoop aan personen onder de 18 jaar
- G voor geen grote hoeveelheden: per transactie mag maximaal 5 gram worden verkocht, met een maximale handelsvoorraad van 500 gram
Hoewel alcohol niet letterlijk in de naam van de criteria staat, valt de combinatie van alcohol en cannabis indirect onder het overlastcriterium. Gemeenten kunnen bovendien aanvullende voorwaarden stellen, waaronder een expliciet verbod op alcoholverkoop.
Mogen coffeeshops dan helemaal geen dranken verkopen?
Coffeeshops mogen wel alcoholvrije dranken aanbieden, zoals frisdrank, koffie, thee en water. Wat verboden is, is uitsluitend de verkoop van alcoholhoudende dranken. Veel coffeeshops bieden een beperkt assortiment aan non-alcoholische consumpties aan, zodat bezoekers iets kunnen drinken tijdens hun bezoek.
Dit is ook logisch vanuit de exploitatie: bezoekers verblijven soms enige tijd in de coffeeshop en een basisaanbod aan dranken past bij een normale bedrijfsvoering. Zolang er geen alcohol bij zit, is er geen wettelijk probleem. De grens ligt dus niet bij het aanbieden van dranken in het algemeen, maar specifiek bij alcoholhoudende producten.
Hoe verschilt het coffeeshopbeleid per gemeente?
Het coffeeshopbeleid verschilt aanzienlijk per gemeente. De landelijke AHOJG-criteria gelden overal als minimumstandaard, maar gemeenten hebben de vrijheid om aanvullende regels te stellen. Zo kan een gemeente bepalen hoeveel coffeeshops er mogen zijn, waar ze gevestigd mogen zijn, hoe laat ze open mogen zijn en welke aanvullende verkoopbeperkingen gelden.
Sommige gemeenten hanteren een nulbeleid en staan helemaal geen coffeeshops toe. Andere gemeenten, zoals Amsterdam of Rotterdam, hebben een uitgebreid en gedetailleerd lokaal beleidskader ontwikkeld. Dit leidt in de praktijk tot grote verschillen in hoe het coffeeshoplandschap eruitziet. Gemeenten die actief werken aan hun coffeeshopbeleid voeren regelmatig evaluaties uit om te beoordelen of het beleid nog aansluit bij de lokale situatie.
Voor beleidsmakers is het waardevol om te weten hoe andere gemeenten vergelijkbare vraagstukken aanpakken. Een blik op vergelijkbare onderzoeksprojecten kan daarbij helpen om goed onderbouwde keuzes te maken.
Wat gebeurt er als een coffeeshop toch alcohol verkoopt?
Als een coffeeshop toch alcohol verkoopt, riskeert de exploitant zowel bestuurlijke als strafrechtelijke sancties. De gemeente kan de gedoogvergunning intrekken, wat betekent dat de coffeeshop direct moet sluiten. Daarnaast kan de politie of de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit optreden op basis van de Drank- en Horecawet.
De gevolgen worden doorgaans bepaald via een getrapt sanctiesysteem:
- Waarschuwing: bij een eerste overtreding volgt soms een formele waarschuwing, afhankelijk van het gemeentelijk beleid
- Tijdelijke sluiting: de gemeente kan de coffeeshop voor een bepaalde periode sluiten
- Intrekking gedoogvergunning: bij herhaalde of ernstige overtredingen wordt de gedoogstatus definitief ingetrokken
- Strafrechtelijke vervolging: overtreding van de Drank- en Horecawet kan ook leiden tot een boete of strafrechtelijke aanpak
In de praktijk treden gemeenten hier stevig tegen op, omdat het vertrouwen in het gedoogbeleid staat of valt met naleving van de voorwaarden.
Hoe Breuer & Intraval helpt bij coffeeshopbeleid
Coffeeshopbeleid is een complex terrein waarop gemeenten voortdurend keuzes moeten maken: hoeveel vestigingen zijn er toegestaan, hoe wordt handhaving ingericht en sluit het huidige beleid nog aan bij de lokale situatie? Breuer & Intraval ondersteunt gemeenten en overheden al meer dan 30 jaar bij precies dit soort vraagstukken.
Wat Breuer & Intraval kan betekenen voor jouw gemeente of organisatie:
- Evaluatie van bestaand coffeeshopbeleid en de effectiviteit ervan
- Monitoring van ontwikkelingen rondom coffeeshops en overlast
- Vergelijkend onderzoek naar hoe andere gemeenten het beleid vormgeven
- Advies bij het opstellen of herzien van lokale beleidsregels
- Onafhankelijke analyses die politieke besluitvorming onderbouwen
Wil je weten wat Breuer & Intraval voor jouw organisatie kan doen? Neem dan contact op voor een vrijblijvend gesprek over jouw vraagstuk.

