Ga naar de inhoud

Hoe werkt het afstandscriterium voor coffeeshops bij scholen?

Kees Damhof ·
Versleten meetlint op een Nederlands trottoir tussen een schoolingang met rugzakken en een gesloten coffeeshop, herfstlicht.

Het afstandscriterium voor coffeeshops bij scholen schrijft voor dat een coffeeshop minimaal een bepaalde afstand moet hebben tot onderwijsinstellingen voor minderjarigen. Hoeveel meter dat precies is, verschilt per gemeente: de landelijke richtlijn hanteert 250 meter, maar gemeenten mogen hiervan zelf afwijken. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over hoe dit criterium in de praktijk werkt.

Welke afstand moet een coffeeshop van een school hebben?

De landelijk aanbevolen afstand tussen een coffeeshop en een school is 250 meter. Dit is geen wettelijke verplichting, maar een richtlijn die voortkomt uit het landelijke coffeeshopbeleid. Gemeenten zijn vrij om een grotere of kleinere afstand te hanteren, zolang dit in hun lokale beleid is vastgelegd en gemotiveerd.

In de praktijk zien we dat veel gemeenten aansluiten bij de 250 meter, maar er zijn ook gemeenten die kiezen voor 350 of zelfs 500 meter. Andere gemeenten hanteren een kortere afstand of formuleren het criterium anders, bijvoorbeeld door te werken met een combinatie van afstand en zichtlijnen. Het is dus altijd zaak om het specifieke gemeentelijke beleid te raadplegen voor de exacte norm die geldt.

Hoe bepalen gemeenten hun eigen afstandscriterium?

Gemeenten stellen hun afstandscriterium vast via het lokale coffeeshopbeleid, doorgaans vastgelegd in een APV (Algemene Plaatselijke Verordening) of een apart coffeeshopbeleidsdocument. De gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders stelt dit beleid vast, vaak na een evaluatie of op basis van onderzoek naar de lokale situatie.

Bij het bepalen van het criterium spelen meerdere factoren een rol:

  • De dichtheid van het onderwijsaanbod in de gemeente
  • De ligging van bestaande coffeeshops ten opzichte van scholen
  • Lokale politieke prioriteiten rondom jeugdbescherming
  • Ervaringen en beleid van vergelijkbare gemeenten
  • Aanbevelingen vanuit landelijke richtlijnen of evaluatieonderzoeken

Gemeenten die hun beleid willen aanscherpen of herijken, laten hiervoor regelmatig onafhankelijk coffeeshoponderzoek uitvoeren. Zo kunnen ze onderbouwde keuzes maken die aansluiten op de lokale werkelijkheid.

Wat telt als ‘school’ bij het afstandscriterium?

Onder ‘school’ valt in de meeste gemeentelijke beleidsformuleringen elke onderwijsinstelling die primair onderwijs of voortgezet onderwijs aanbiedt aan minderjarigen. Denk aan basisscholen, middelbare scholen en het speciaal onderwijs. Mbo-instellingen worden soms ook meegenomen, afhankelijk van hoe het gemeentelijk beleid is geformuleerd.

Wat er precies onder ‘school’ valt, verschilt per gemeente. Sommige gemeenten hanteren een ruime definitie en nemen ook kinderopvang, peuterspeelzalen of sportaccommodaties mee die door jongeren worden gebruikt. Andere gemeenten beperken zich strikt tot erkende onderwijsinstellingen in de zin van de Wet op het primair onderwijs of de Wet op het voortgezet onderwijs. Dit maakt het belangrijk om de precieze definitie in het lokale beleidsdocument te controleren.

Hoe wordt de afstand gemeten tussen een coffeeshop en een school?

De afstand tussen een coffeeshop en een school wordt doorgaans gemeten als de kortste loopafstand over de openbare weg, van de dichtstbijzijnde toegangsdeur van de coffeeshop tot de dichtstbijzijnde toegangsdeur van de school. Dit is de meest gebruikte methode in gemeentelijk beleid, maar niet de enige.

Er zijn drie gangbare meetmethoden:

  1. Loopafstand over de openbare weg: de kortste route die een voetganger aflegt van de ene naar de andere locatie.
  2. Hemelsbreed (vogelvlucht): de rechte lijn tussen twee punten, ongeacht obstakels of routes. Dit levert doorgaans een kortere afstand op dan de loopafstand.
  3. Zichtlijncriterium: sommige gemeenten kijken ook of de coffeeshop zichtbaar is vanuit de school of vice versa, als aanvullende voorwaarde.

Welke methode een gemeente hanteert, moet expliciet in het beleid zijn vastgelegd. Onduidelijkheid hierover kan leiden tot discussies bij vergunningverlening of handhaving. Het is dan ook raadzaam dat gemeenten dit helder definiëren in hun beleidsdocumenten.

Wat gebeurt er als een coffeeshop te dicht bij een school zit?

Als een coffeeshop niet voldoet aan het afstandscriterium, kan de gemeente de exploitatievergunning weigeren of intrekken. Bestaande coffeeshops die door een beleidswijziging niet meer voldoen aan de nieuwe norm, krijgen doorgaans een overgangstermijn om aan de nieuwe eisen te voldoen.

In de praktijk verloopt dit proces via de APV en het vergunningenstelsel. Een coffeeshop zonder geldige vergunning mag niet exploiteren. Gemeenten kunnen bij overtreding handhavend optreden, variërend van een waarschuwing tot sluiting. Hoe snel en streng er wordt opgetreden, hangt af van het handhavingsbeleid van de gemeente en de ernst van de overtreding.

Voor gemeenten die een beleidswijziging overwegen waarbij bestaande coffeeshops buiten de nieuwe norm vallen, is het verstandig juridisch advies in te winnen. De rechten van bestaande exploitanten spelen hierbij een rol, en een goed onderbouwd beleidsproces verkleint de kans op juridische procedures.

Hoe onderzoeken gemeenten de naleving van het afstandscriterium?

Gemeenten onderzoeken de naleving van het afstandscriterium via periodieke monitoring, vergunningscontroles en gerichte inspectierondes. Dit gebeurt doorgaans door de afdeling handhaving of toezicht, soms in samenwerking met de politie. Daarnaast laten gemeenten regelmatig extern onderzoek uitvoeren om een objectief beeld te krijgen van de situatie.

Extern coffeeshopbeleidonderzoek richt zich daarbij niet alleen op de fysieke afstand, maar ook op bredere nalevingsvraagstukken zoals het niet verkopen aan minderjarigen, de maximale handelsvoorraad en het niet toelaten van overlastgevend gedrag. Een volledig beeld van de naleving vraagt dus om meer dan alleen een meetlint.

Gemeenten die hun monitoringssystematiek willen versterken, kunnen gebruik maken van een combinatie van observatieonderzoek, mystery shopping en analyse van beschikbare handhavingsdata. Meer weten over hoe zo’n aanpak eruitziet? Bekijk onze onderzoeksprojecten voor concrete voorbeelden.

Hoe Breuer & Intraval helpt met coffeeshopbeleid

Breuer & Intraval ondersteunt gemeenten al meer dan 30 jaar bij vraagstukken rondom coffeeshopbeleid. Of het nu gaat om het evalueren van bestaand beleid, het in kaart brengen van de naleving van het afstandscriterium of het onderbouwen van een beleidswijziging: het bureau biedt onafhankelijk onderzoek dat aansluit op de lokale situatie.

Wat Breuer & Intraval kan betekenen voor uw gemeente:

  • Onderzoek naar de huidige naleving van het afstandscriterium en andere vergunningsvoorwaarden
  • Evaluatie van het gemeentelijk coffeeshopbeleid en vergelijking met andere gemeenten
  • Monitoring van coffeeshops op het gebied van overlast, toegankelijkheid en verkoop aan minderjarigen
  • Beleidsadvies bij herijking of aanscherping van het lokale coffeeshopbeleid
  • Ondersteuning bij het opzetten van een structureel monitoringssysteem

Wilt u weten wat Breuer & Intraval voor uw gemeente kan doen? Neem contact op voor een vrijblijvend gesprek over uw onderzoeksvraag.

Gerelateerde artikelen

Impact door samenspel

Breuer&Intraval, RBO en Partoer. Drie bedrijven die al tientallen jaren op eigen wijze in de markt staan. Elk in een deel van de markt waar ze het verschil maken met hun kennis en expertise. Toch besloten we een paar jaar geleden samen verder te gaan en daar plukken onze klanten de vruchten van.